Decentralisatie in Suriname
 


 


DECENTRALISATIE

Wat, hoe, en waarom


Wat is decentralisatie, en waarom is het nodig?

De regering van Suriname wil dat de districten beter ontwikkeld moeten worden.
Daarom hebben zij een programma gemaakt, genaamd Decentralisatie (DLGP).
Hiervoor heeft Suriname een lening genomen bij de IDB, Inter-American Development
Bank.

Decentralisatie betekent dat de districten minder afhankelijk zijn van de overheid
in Paramaribo (centrale overheid), dus meer bevoegdheden krijgen om beslissingen
over hun district te nemen.

Bevoegdheid om:

  • eigen districtsplan te maken,

  • eigen districtsbegroting te maken,

  • districtsbelastingen te heffen, te innen en te behouden,

  • het districtsbestuur en districtspersoneel te benoemen.

Het programma gaat over financiële decentralisatie; d.w.z. versterken van de
financiële positie van de districten. Zonder geld, kan je geen problemen oplossen.

Hoe wordt het programma aangepakt?

Het programma is een capaciteits-versterkingsprogramma, d.w.z dat de districten
klaargemaakt worden om hun nieuwe rol te vervullen. Ze krijgen versterking door:

  • training: hoe ze inkomsten moeten genereren, beheren en uitgeven;

  • een districtsadministrateur (econoom) die al in dienst is genomen;

  • de Districtsraad: hoe zij districtswetten en plannen moeten opstellen;

  • de technische dienst: hoe zij wegenonderhoud projecten moeten uitvoeren, kleine
    watervoorzieningsprojecten aanleggen, etc.;

  • bestuursdienst: hoe zij klantvriendelijk moeten werken en hoe de burgers inspraak
    te geven in de beslissingen die de Districtsraad gaat nemen. Ook wanneer zij gaan
    beslissen welke problemen aangepakt zullen worden en hoeveel geld dat gaat kosten;

  • Burgers: hoe zij o.a. hun milieu gezond moeten houden.

Er wordt met 5 pilot of proefdistricten gewerkt: Wanica, Para, Nickerie,
Commewijne en Marowijne, tot december 2006.
De overige districten komen hierna aan de beurt.

Bij wet is bepaald dat de Districtsraad besluiten mag nemen om het district tot
ontwikkeling te brengen. Hiervoor is er geld nodig. Dat geld gaat in een
Districtsfonds, dat inmiddels is ingesteld, of districts-portemonnee. Het geld komt
uit:

  • de huurwaardebelasting: belasting op gebouwen;

  • de vermakelijkheidsbelasting: als er bijv. kermis en openbare feesten gehouden
    worden in het district, betaalt de organisatie vermakelijkheidsbelasting. Dit geld
    mag het district nu in haar districtsportemonee stoppen;

  • marktgelden: geld dat de verkopers voor hun stand betalen;

  • bijdragen van de centrale overheid.

Wat is de stand van zaken nu?

  • Elk pilot district heeft een Afdeling Districtsfinanciën en Planning onder leiding
    van een Districts-Administrateur;

  • Een terreinwagen om de werkzaamheden uit te voeren;

  • Een Districtfonds, bij wet ingesteld, waarin vanaf januari 2006 in Wanica, Para en
    Nickerie geld in mag;

  • Plannen die in uitvoering zijn:

    • om het commissariaat uit te breiden met een
      volkszaal waarin de Districtsraad met de burgers zal vergaderen,

    • een Burger Informatie Centrum waar burgers met vragen en suggesties kunnen komen.

IEDEREEN IS BELANGRIJK
VOOR HET WELSLAGEN VAN
DECENTRALISATIE.