Decentralisatie in Suriname
 


Decentralisatie en democratie

In zijn serie artikelen betreffende decentralisatie van bestuur in Suriname, tracht mr B.Ahmad Ali de Surinaamse gemeenschap te informeren over de vele aspecten van dit bestuurlijk gebeuren. Daarbij worden verschillende internationale voorbeelden aangevoerd ter verduidelijking van zaken (Minimale volksparticipatie funest voor democratie en ontwikkeling, dWT 27-08, 01-08-09,07-09) Dit initiatief moet uiteraard bijzonder worden gewaardeerd. Het fenomeen van de decentralisatie bezien vanuit de actuele Surinaamse politieke situatie behoeft mijns inziens nader onder de loep te worden genomen.

Grondwet 1987

Was het zo dat in 1987 goed bedoeld decentralisatie van de staatsstructuur in onze grondwet werd opgenomen (Districtsraden, Ressortraden, Districtsbesturen), ook hier zagen wij dat politici niet geheel oprecht omgingen met de democratische rechten van het volk. Hoewel mr Ahmad Ali in zijn inleiding aangeeft dat een aantal zaken wettelijk niet helemaal in orde is, heb ik tot op heden niet kunnen lezen een pleidooi om de zaken met spoed in orde te maken. Ook de IDB, die een lening ter zake zal verstrekken, zou moeten eisen dat een aantal zaken met spoed in orde wordt gemaakt, met name om democratische redenen. Zoals reeds eerder door mij bepleit, mag de bevolking geen andere dan de meest noodzakelijke beperkingen worden opgelegd bij de uitoefening van haar politieke (grond) rechten (dWT 29-05). Bovendien blijken opeenvolgende regeringen niet in staat en bereid (overdracht van bevoegdheden=macht), de decentralisatie daadwerkelijk vorm te geven. De gedecentraliseerde organen blijken de meest elementaire voorzieningen te missen teneinde hun taken naar behoren te kunnen vervullen. Personen gekozen in deze organen, blijken ook de nodige kennis en vaardigheden te missen om op een juiste wijze te kunnen functioneren (opzet of politiek toeval ?).

Verkiezing en functioneren

De ontwerpers van het gedecentraliseerde stelsel van 1987 bleken niet van een democratisch gehalte als verkondigd (verbale steun aan democratie over de niet-rechtstreekse verkiezingen van de president schreef ik al eerder). De politici die zich in 1987 opmaakten om de politieke macht in ons land over te nemen speelden zich zelf ook op andere wijze ontoelaatbare macht toe. De samenstelling van de Districtsraad bijvoorbeeld blijkt buiten elke invloedssfeer van de kiezer te zijn gehouden. De lijst voor de leden van de DR wordt door partijen opgesteld en ingediend en de toekenning van zetels in de dr geschiedt op basis van behaalde zetels in de Ressortraden in het betrokken district (procentueel behaalde zetels in DR-procentueel behaalde zetels in DR). De kiezers kiezen niet de DR-leden. De samenstelling van de DR is dus op geen enkele wijze als democratisch aan te duiden. Rechtstreekse verkiezingen van de DR-leden is vereist en zal spoedig moeten worden gerealiseerd. Kosten: één stembiljet extra per kiezer. Rechtstreeks verkiezing president, indien in één ronde gekozen: één stembiljet per kiezer meer. Eén van de kernvragen binnen de (parlementaire) democratie: hoeveel mag de democratie kosten? Over een rechtstreeks gekozen districtscommissaris zal ik het voorlopig niet hebben, dat wordt door velen nog gezien als een politiek revolutionaire (onhaalbare) zaak. De gedecentraliseerde organen blijken zoals hierboven gesteld, de nodige voorzieningen te missen om op democratische wijze te kunnen functioneren. Een eigen vergaderruimte is er niet. Gevolg, de bevolking kan niet in staat worden gesteld om de vergaderingen van de RR, DR en DB bij te wonen. Publiciteit betreffende de vergadering van deze organen zijn zeer gebrekkig (Boskopie ?) of ontbreekt in het geheel. De Districtsraden (hoe weinig democratisch ook tot stand gekomen) blijken het te moeten doen in de werkkamer van de districtscommissarissen. Dit zijn ruimtes waar van nature het gezag van de DC geldt en waar er politiek-psychologisch voor DR-leden allerhande politieke beperkingen zich voordoen. Bezoekers zijn er zelden of nooit. De politieke belangstelling en daarmee de politieke participatie va de bevolking zal hierdoor weinig worden gestimuleerd. Deze activiteiten van de kant van de kiezers kunnen door politici overigens als hinderlijk en ongewenst worden ervaren. Podium taal van politici betreffende stimuleren van politieke belangstelling en politieke participatie moet derhalve steeds kritischer worden gevolgd. Zijn zij bereid macht terug te geven aan het volk, zal de verkiezing van de president niet meer een onderonsje van 51 mensen zijn, mag de districtsbevolking zelf bepalen wie in de DR wordt gekozen, zullen plaatselijke actiegroepen en comités bijvoorbeeld in de gelegenheid worden gesteld om deel te nemen an de lokale verkiezingen ? Over democratisering van het kiesstelsel (each person equal vote) schreef ik ook al eerder. Het kennisniveau van leden van de DR en RR zal ook moeten worden opgetrokken. Ook aan de democratische vorming zal het één en ander moeten gebeuren. Lokale politici (en dit geldt soms ook voor nationale politici (blijken al te vaak het eigen belang voorop te stellen (direct een baan, kavel, volkswoning voor zich zelf, de kiezers mogen het maar uitzoeken, blijven aan het lijntje houden ). Men zal zich moeten realiseren dat men zich heeft beschikbaar gesteld voor het dienen van het volksbelang onder bestaande omstandigheden. Wie dit niet kan, zal ver van de politiek moeten blijven. John Locke (1632-1705) zei het in zijn tijd op zijn eigen wijze: "Als de overheid meer doet dan leven, vrijheid en eigendom beschermen, of als zij anderszins het vertrouwen van de burgers beschaamt, hebben laatst genoemden ( de bezittende klasse) het recht van revolutie." Vertaald naar de politieke verhoudingen in de 21ste eeuw mag dit mijns inziens worden geïnterpreteerd in de zin als hierboven door mij aangegeven. Het recht om de tijdelijk overgedragen macht aan politici (verkiezingen) terug te nemen geldt thans niet alleen de bezittende klasse (democratie).

Rond de mei-opstand (mei 1999) ervoeren wij dat burgers aan de deur bij politici het politieke mandaat terug eisten (dWT). Er zijn signalen dat dergelijke taferelen zich spoedig zullen herhalen als gevolg van het egoïsme van sommige politici. Wat uit Nederland afkomstige politicologen/bestuurskundigen na lieten te doen in 1987, zal thans in de nieuwe eeuw met nieuw politiek alleen vorm moeten krijgen. De IDB-dollars zullen anders in onze zwampen blijken te zijn verdwenen zonder enig politiek-bestuurlijk resultaat.

Drs.Krishna S.Brindaben Panday,politicoloog
De Ware Tijd (opinie), 13 november 2001