|
Decentralisatie in Suriname |
|
|
De
geschiedenis van Decentralisatie De
republiek Suriname vertoont volgens minister Romeo van Russel van Regionale
Ontwikkeling alle kenmerken van een gecentraliseerde staat, wanneer het
functioneren van de regionale organen in hun verhouding tot de centrale overheid
in ogenschouw wordt genomen. Hij
hield een inleiding over financiële decentralisatie onder auspiciën van het
Johan Adolf Pengel Instituut. Volgens hem is er sprake is van een sterk
centralistisch overheidsbeleid, dat zich vanuit Paramaribo uitstrekt naar alle
uithoeken van het Surinaams grondgebied. Van autonome lagere overheden is er
helemaal geen sprake, hooguit van overdracht van delen van de
overheidsbevoegdheden naar filialen van de centrale overheid in de districten,
die deze gedeconcentreerde bevoegdheden onder strenge supervisie vanuit
Paramaribo uitoefenen, veelal zonder enige betrokkenheid van de regionale
organen. “Het decentralisatieproces in Suriname bevindt zich dus nog in haar
kinderschoenen”, aldus de minister, die eraan toevoegde dat historisch bekeken
het besef bestaat, dat Suriname niet vanuit Paramaribo zal kunnen worden
bestuurd en beheerd. Reeds in de periode van de slavenmaatschappij werd het
grondgebied van Suriname opgesplitst in divisies met aan het hoofd een Heemraad.
Deze territoriale bestuurlijke eenheden zouden kunnen worden vergeleken met de
sinds 1863 ingestelde districten, waarvan het beheer werd opgedragen aan de
districtscommissaris. REGLEMENT Volgens
de memorie van toelichting van de wet Regionale Organen is na de afschaffing van
de slavernij in het regeringsreglement van 1865 de mogelijkheid van
decentralisatie van bestuur geschapen. In dat reglement werd namelijk bepaald,
dat bij koloniale verordening de samenstelling, inrichting en bevoegdheden der
districts- en plaatsvervangende besturen dienen te worden geregeld. Op 2 oktober
1931 werd na uitbreiding van deze bepaling de verordening betreffende
waterschappen geslagen, waarna voor het eerst in Suriname er zelfstandige
gemeenschappen in de vorm van waterschappen in het leven werden geroepen.
wer,den geroepen. In de staatsregeling van 1936 werd de instelling van
zelfstandig bestuur in plaatselijke gemeenschappen uitvoeriger geregeld, waarbij
ook de mogelijkheid van regelgeving werd geopend. In 1939 werd het
dorpsgemeentebesluit afgekondigd, waarna vele dorpsgemeenten werden opgericht.
In de memorie van toelichting van de wet regionale organen staat dat ook in de
periode van het Statuut, toen Suriname een autonoom deel werd van het Koninkrijk
der Nederlanden, de mogelijkheid tot decentralisatie bleef bestaan. Van deze
mogelijkheid is echter geen gebruik gemaakt, bezijdens een poging tot invoering
van districtsraden in 1961. Het voornemen tot invoering van gedecentraliseerd
bestuur werd in 1969 tot uitdrukking gebracht door de instelling van een
afzonderlijk ministerie van districtsbestuur en decentralisatie, het
tegenwoordige ministerie van regionale ontwikkeling. Ook na de invoering van de
grondwet van 1975 kon geen inhoud aan de decentralisatie worden gegeven,
aangezien de daartoe dienende organieke wet niet tot stand kwam. Deze mijlpaal
werd pas met de inwerkingtreding van de wet regionale organen in 1989 bereikt,
maar de betreffende organen leiden sinds hun instelling een marginaal bestaan. STREVEN In
februari 1996 leidde het streven van de toenmalige, Nieuw Front-regering, om het
functioneren van de regionale organen systematisch te verbeteren, tot de
ondertekening van een intentieverklaring inzake een samenwerkingsverband tussen
het ministerie van RO en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. In een
samenwerkingsverband werd afgesproken, dat door de VNG technische. bijstand zou
worden verleend. Dit voornemen kon echter niet worden gerealiseerd. Na de
verkiezing in. mei 1996 werd er een monsterverbond gesloten, dat resulteerde in
het aantreden van de regering Wijdenbosch. Spoedig daarna kwamen de betrekkingen
met Nederland in een knoop te liggen. Nederlandse deskundigen werd de deur
gewezen en zo kwam ook de intentieverklaring in de ijskast terecht. De roep om
verbetering van het functioneren van de regionale organen bleef echter
doorklinken. PROJECT Door
de regering Wijdenbosch werd besloten uit te wijken naar de Inter-American
Development Bank die bereid bleek een programma, gericht op decentralisatie en
verbetering van het lokaal bestuur, te financieren. Er werd een project
voorbereidingsteam geformeerd, met als projectcoördinator mr. B. Ahmadali. Dit
team maakte op 15 november 1998 in samenwerking met een IDB-team een aanvang met
de voorbereiding van het “decentralization and local government strengthening
program”. Bij het aantreden van de huidige Nieuw Front-regering werd dit
project geëvalueerd. De bevindingen zijn dat het programma – qua grondslagen,
doelstellingen en opzet – goed aansluit bij de in de eerste Nieuw
Front-periode geformuleerde beleidsvisie en in aanmerking komt om te worden geïntegreerd
in het beleid van de huidige regering. Eén van de prioriteiten binnen dit
beleid is voortvarende decentralisatie van bestuur, met als resultaat dat de
districten meer zelfbestuur krijgen. Het verkiezingsprogramma van het NF
vermeldt, dat het districtsbestuur wordt versterkt en een eigen budget krijgt,
waardoor de lokale bevolking meer directe invloed krijgt op de directe eigen
leefgemeenschap. Bestemmingsheffingen voor onder meer infrastructuur worden
mogelijk. De
West, 27 januari 2001
|