|
Decentralisatie in Suriname |
|
|
Leningen daadwerkelijk nuttig aanwenden SURINAME IS DEZER dagen enkele leningen aangegaan die bedoeld zijn voor de aanpak van enkele nijpende zaken. Een lening betreft 137.725.250 euro, ongeveer 118 miljoen US dollar, die gesloten is met de Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden (NIO). Van dit bedrag zal 25 procent gebruikt worden voor de herstructurering van enkele buitenlandse schulden, terwijl de rest zal worden aangewend om voorschotten, door de vorige regering opgenomen bij de Centrale Bank van Suriname, aan te zuiveren. Ook zijn er twee leningen, van in totaal 14.7 miljoen US dollar afgesloten bij de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB). Daarvan is 9.8 miljoen bestemd voor de volkswoningbouw en 4.9 miljoen dollar voor ondersteuning van de regering bij de uitvoering van een politieke en fiscale decentralisatie. Alle drie de leningen zijn onder redelijk gunstige voorwaarden verkregen, vooral die van de IDB, die een looptijd hebben van 25 jaar. Een lening blijft echter een lening en betekent dus verzwaring van de schuldpositie van het land. Het is daarom zaak dat de gelden inderdaad worden aangewend voor de doelen waarvoor ze verkregen zijn, waardoor binnen niet al te lange tijd enige verlichting te merken kan zijn op bepaalde gebieden. MET EEN GOEDE aanwending van het bij de NIO geleende geld, kan onder andere de positie van de centrale bank drastisch verbeteren, waardoor die zich beter kan kwijten van haar taak als bewaker van de Surinaamse munt. Door allerlei financiële manoeuvres van vooral de vorige regering, is deze positie flink uitgehold met alle consequenties van dien. Met een deel van het geld zullen ook enkele buitenlandse schulden worden geherstructureerd. Dat dit meer dan noodzakelijk is, blijkt uit berichten die dezer dagen in de Caribische media verschenen zijn, dat Suriname de grootste schuldenaar is van het Regionaal Onderhandelingsmechanisme (RNM). Dit orgaan is onderdeel van de Caricom en belast met de ontwikkeling van strategieën voor Caricom-lidstaten om zoveel mogelijk voordeel te halen tijdens onderhandelingen met onder andere de Wereld Handels Organisatie. Voorwaar geen eenvoudige taak. Het is dan ook een kwalijke zaak dat Suriname de afgelopen vier jaren een schuld van 285.875 US dollar heeft opgebouwd bij het RNM, terwijl er ook nog eens 500.000 dollar aan contributie betaald moet worden aan het Caricom-Secretariaat. Op zo’n manier wordt een organisatie alleen maar verzwakt, terwijl gezien de mondiale ontwikkelingen die nu gaande zijn, niets zo belangrijk is als een sterke regionale organisatie. De Ware Tijd redactioneel, 8 september 2001
|