Decentralisatie in Suriname
 


Parlementariër wil afstemming wetgeving decentralisatieprogramma

Assembleelid Leendert Abauna (NF/NPS) heeft maandagavond tijdens de behandeling van het Meerjaren Ontwikkelingsprogramma (MOP) in de Nationale Assemblee gepleit voor afstemming van de wetgeving zodat het nog uit te voeren decentralisatieprogramma van de regering vlot verloopt. Onder meer de Wet op Regionale Organen behoeft aanpassing.

In zijn spreekbeurt toetste hij enkele wetten aan de voornaamste doelen van het door de regering nog uit te voeren decentralisatieprogramma. Hij verwijst naar de wet Regionale Organen waarin evenals in het MOP, wordt aangegeven dat er onduidelijkheden bestaan over twee artikelen van de planopstelling. Artikel 89 van de wet Regionale Organen (1989) geeft de districtsraden de bevoegdheid om belastingen te heffen in hun district. Volgens hem staat deze wet haaks op artikel zeven van de Comptabiliteitswet. Dat artikel zegt dat alle staatsinkomsten gestort dienen te worden bij het Ministerie van Financiën of op een speciale rekening bij een financieel instituut, aangewezen door de minister van Financiën. Dezelfde wet verwijst ook naar een districtsfonds waarin alle opbrengsten van de lokale belastingen gestort moeten worden. Maar dit fonds kan slechts geformaliseerd worden na uitdrukkelijke toestemming van het parlement. Abauna zegt dat bij het toetsen van de doelen van het decentralisatieprogramma het gebleken is dat de wetgeving zeer zwak is. Hij vraagt aan minister Romeo van Russel van Regionale Ontwikkeling of het niet beter is om de bestaande wetten aan te passen, zodat de regionale organen (districts- en ressortraden) alvast aan het werk kunnen tot het aangekondigde pilotproject in het kader van het programma begint. Via dit project, dat voor een groot deel gefinancierd wordt door de Internationale Ontwikkelingsbank (IDB), wil de regering op een verantwoorde en beheersbare wijze gestalte geven aan de financiële decentralisatie. Daarbij zullen de districten in fasen inkomsten genererende en budgettaire bevoegdheden krijgen. De pilot-districten zijn Nickerie, Saramacca (of Marowijne), Wanica, Para (of Paramaribo) en Commewijne. De totale kosten van het programma bedragen 8,2 miljoen Amerikaanse dollar. De IDB komt in met 5,7 miljoen dollar. De rest van het bedrag moet opgebracht worden door Suriname.

DOELEN

Een belangrijk doel van het decentralisatieprogramma is onder meer de invoering van een behoorlijke institutionele versterking van de organen van de centrale overheid in de vijf pilot-districten. Dit moet ertoe leiden dat deze districten meer inkomsten genereren om te kunnen investeren in hun ontwikkeling. Een ander belangrijk doel is de invoering van passende wetgeving. Deze zal aan de districten meer bevoegdheden geven voor wat betreft eigen inkomsten en een eigen begroting goed te keuren en uit te voeren. De wetgeving moet ook de zorg voor de middelen en mogelijkheden om die functies naar behoren uit te voeren, mogelijk maken. Het programma beoogt ook de voorbereiding van een meerjaren investeringsprogramma in alle districten, waarvan de toepassing direct na de realisatie van het decentralisatieprogramma kan plaatsvinden. Volgens Abauna schrijft de grondwet een gedecentraliseerde eenheidsstaat voor. Er moet daarom voor gewaakt worden dat er situaties ontstaan waarbij door een slechte wetgeving er op een gegeven moment gedacht wordt dat het land een federatieve Staat is. Hij is bang dat in dat geval districten die goed boeren een vorm van onafhankelijkheid kunnen opeisenen wijst op de verschillende taken die in de wet Regionale Organen zijn aangegeven aan de districts -en ressortraden. Hij vraagt aan de RO-minister hoeveel van deze raden zich hebben gehouden aan de voorschriften van de wet en de wettelijke vereiste documenten hebben ingediend. Ook wil hij van de bewindsman weten welke bijdrage de districtsraden hebben geleverd aan de totstandkoming van het MOP alsook op welke termijn Suriname in staat zal zijn om zijn bijdrage aan het programma te voldoen.