|
Decentralisatie in Suriname |
|
|
Regering
gaat over tot financiële decentralisatie De
Surinaamse regering zal vanaf mei 2001 een driejarig pilot-programma uitvoeren
om op een verantwoorde en beheersbare wijze gestalte te geven aan de beperkte en
gefaseerde financiële decentralisatie van bestuur. Deze heeft ten doel het
bestuursapparaat te versterken, stapsgewijs inkomstengenererende, budgettaire
bevoegdheden aan de districten over te dragen en de districten eigen inkomens te
garanderen. Dit
zei minister Romeo van Russel gisteren in zijn inleiding met paneldiscussie over
financiële decentralisatie. Het panel bestond, behalve uit Van Russel, uit
minister Humphrey Hildenberg van Financiën en B. Ahmadali (coördinator van het
decentralisatieproject). De inleiding werd gehouden onder auspiciën van het
Johan Adolf Pengel Instituut. Na de geschiedenis van de decentralisatie (zie
elders in deze editie) uit de doeken te hebben gedaan en enkele begrippen te
hebben verduidelijkt, gaf de bewindsman aan, dat het doel van de decentralisatie
zal worden bereikt door middel van: de invoering van passende wetgeving, de
invoering van een behoorlijke institutionele versterking van organen van de
centrale overheid en van een vijftal pilot-districten en de voorbereiding van de
uitvoering van een meerjaren investeringsprogramma in alle districten. De kosten
van het programma zijn geraamd op US$ 7.000.000, waarvan US$ 4.900.000 zal
worden gefinancierd door de IDB, terwijl US$ 2.100.000 als counterpart fund door
Suriname zal moeten worden opgebracht. De IDB zorgt ook voor technische
bijstand. Het programma zal in nauwe samenwerking tussen RO en Financiën worden
uitgevoerd. AANDEEL Op
basis van nieuwe wetgeving krijgen de districten stapsgewijs een groter aandeel
in de staatsinkomsten. Ze zullen de totale opbrengst uit de huurwaardebelasting
en de vermakelijkheidsbelasting ontvangen en behouden en de opbrengsten uit
bepaalde niet-belastingmiddelen. Daarnaast ontvangen zij op formulebasis uit de
centrale staatskas een percentage van 1 tot 3 % van een groep der directe
belastingen. Ook zullen ze delen in de staatsinkomsten uit de opbrengsten van de
in de desbetreffende districten verleende concessies, terwijl zij krachtens
eigen inspanningen ook middelen zullen kunnen genereren. De districten krijgen
de zeggenschap over de districtsbegroting, waarbij duidelijk zal worden
aangegeven welke taken de districten van de centrale overheid zullen overnemen
en waarbij ze zelf verantwoordelijk zullen zijn voor bepaalde voorzieningen
zoals het onderhoud van secundaire en tertiaire (zand)wegen, vuilophaal en
-verwerking. Naarmate het bestuurlijk apparaat wordt versterkt en het nieuwe
stelsel betreffende het budget- en financieel management adequaat functioneert
onder leiding van een technocraat als districtsadministrateur, zal de centrale
overheid meer van de secundaire en tertiaire taken van de diverse ministeries
overdragen aan de districten. De districten zullen beschikken over eigen
capaciteit Om kapitaalsinvesteringsprojecten met financiële steun van de
regering c.q. donorlanden en -organisaties uit te voeren. CERTIFICERING Alvorens
de districten financiële bevoegdheden te geven dienen zij eerst op verantwoorde
wijze te zijn gecertificeerd. Voor de totstandkoming van het gedecentraliseerde
stelsel zal het nodig zijn de CLAD te horen. De CLAD gaat na of het
desbetreffend district voldoet aan de criteria van certificatie, vermeld in de
Certificatie Tabel bij de richtlijnen Financieel Beheer der districten. De
minister van RO kan de aanstelling van een interim Districtsadministrateur (DA)
bevorderen om samen met het projectteam en het districtsmanagementteam in het
kader van het decentralisatieprogramma al de voorbereidingen treffen die nodig
zijn om het district gecertificeerd te krijgen. Zolang er geen permanente DA zal
zijn benoemd, oefent de Interim DA alle taken en bevoegdheden uit die aan die
functie zijn verbonden. Als het district nog niet is gecertificeerd, worden de
verkregen eigen middelen gestort op de Tijdelijke Districtsbeheersrekening,
speciaal voor dat district geopend door de minister van RO, die de middelen
binnen 7 dagen na opening van een eigen districtsrekening daarop stort. De
districten zijn bevoegd hun eigen uitgavenplan (voorloper van de
districtsrekening) voor te bereiden, het door de DR te laten goedkeuren en door
het districtsbestuur te doen uitvoeren. TOETSING Het
programma bevindt zich thans in de finale fase van voorbereiding. In de
voorbereidingsfase is een bedrag van US$750.000 besteed. Inmiddels is er door
het projectteam een “Program Design Report” geformuleerd, dat als basis zal
dienen voor een leningaanvraag. Een evaluatie heeft uitgewezen dat er sprake is
van een gedegen voorbereidingsprogramma. Toch bestaat er behoefte aan een
globale objectieve toetsing van het programma. Bij deze toetsing zal aandacht
worden besteed aan de capaciteit van het stelsel van regionaal bestuur in
Suriname om op adequate wijze de verantwoordelijkheden in het kader van de
uitvoering van het decentralisatieprogramma te dragen. Eventuele knelpunten in
het stelsel zullen moeten worden opgespoord en er zu11en aanbevelingen moeten
worden gedaan over de opheffing van die knelpunten. De VNG zal samen met een
lokale consultant worden belast met de toetsing. Er is breedvoerig van gedachten
gewisseld met de missie van de Verenigde Nederlandse Gemeenten (VNG), die vanaf
21 tot 25 januari in Suriname op bezoek was. Ook over de verdere uitwerking van
een intentieverklaring voor technische bijstand die de VNG in 1996 met de vorige
NF-regering ondertekende, zijn er volgens de minister constructieve en
perspectiefvolle gesprekken met de missie gevoerd. Naast een technische toetsing
van het decentralisatieprogramma zal er ook een politieke toetsing moeten
plaatsvinden. Afhankelijk van de uitkomst van deze toetsing zal de politieke
besluitvorming aangaande de uitvoering van het programma verder plaatsvinden. De
uitvoering van het programma hangt ook af van de nakoming van de financiële
verplichtingen van Suriname jegens de IDB. Als aan de gestelde eisen zal zijn
voldaan, gaat het decentralisatieproces volgens Van Russel in Suriname een goede
toekomst tegemoet. Hij verwacht dat het decentralisatieproces in Suriname een
doorslaggevende invloed zal hebben op de rol en de functionering van de
regionale overheden en op hun verhouding tot de centrale overheid enerzijds en
tot de regional bevolking anderzijds. De
West, 27 januari 2001
|