Decentralisatie in Suriname
 


Wet Interimregeling Financiële Decentralisatie van kracht

De Ware Tijd, 12 maart 2003

PARLEMENT — De Nationale Assemblee heeft de ontwerp-wet tot vaststelling van een interimregeling voor de financiële decentralisatie met algehele 35 stemmen aangenomen. Met deze wet kan het decentralisatieprogramma worden uitgevoerd. Vijf districten – Nickerie, Wanica, Para, Commewijne en Marowijne – zijn uitverkoren om als pilotproject te dienen en de eerstkomende drie jaar een autonoom beleid te voeren.

Minister Romeo van Russel van Regionale Ontwikkeling (RO) had ruim 5 uur nodig om het parlement te informeren over haakjes en oogjes die nog aan de uitvoering van het project zitten. Met de aanname van de wet Interimregeling Financiële Decentralisatie kan de eerste fase van het programma dat 3 jaar duurt, worden uitgevoerd in de pilot-districten. De eerste fase houdt in dat binnen 36 maanden een 10-stappenplan moet zijn ingevuld. Het gaat om de installatie van een Districtsadministratie Unit (DAU), het ontwikkelen van een Districtsimplementatie Plan, training in de ingevoerde systemen van begrotings- en financieel beheer en het invoeren van het Districtsfonds volgens de Wet Regionale Organen. In de tweede fase zullen diverse plannen worden ontwikkeld voor het district, en zullen inkomsten-genererende activiteiten worden ontplooid. Ook zal training in de ingevoerde systemen van districtsinkomsten plaatsvinden.

Certificeren

Aan het eind van elke fase zal het district na goede implementatie worden gecertificeerd. De gecertificeerde districten ontvangen uit het decentralisatieprogramma fondsen om zelfstandig twee technische trainingsprojecten uit te voeren. Eén betreft de rehabilitatie van zandwegen, terwijl het ander project geldt voor het onderhoud daarvan. De fases die aan de level-certificatie gebonden zijn, kunnen worden uitgevoerd door de lening van 7 miljoen US dollar door de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) aan de Surinaamse overheid.

Het voornaamste doel van het decentralisatieprogramma is om het districtsbestuur in Suriname te versterken met een wettelijk raamwerk en institutionele versterking, noodzakelijk voor de zelfstandigheid van eigen fiscaal management. Dit is een inter-gouvernementele hervorming. Op deze manier wil de regering de Huurwaardebelasting aanpassen en verbeteren door gedeeltelijke overheveling van de administratie naar het districtsbestuur. Andere belasting- en niet belastingmiddelen die nu nog onder de centrale overheid vallen, zoals vermakelijkheidsbelasting en vergunningsrechten, zullen ook naar de districten worden verplaatst. Plaatselijke bestemmingsheffingen en/of belastingaanslagregelingen zullen ook worden geformuleerd en ingevoerd. Een mogelijk systeem om te delen in de staatsinkomsten uit de algemene belastingmiddelen zal eveneens worden bestudeerd. Voor wat betreft de uitgavenzijde, zullen de gedeeltelijke of begrotingsbevoegdheden als overgang toegekend bij de Wet Regionale Organen en het Staatsbesluit Interim Fiscale Decentralisatie, worden omgezet in een permanente wet. Daarbij zullen er nieuwe ministeriële richtlijnen en procedures worden geformuleerd ter verduidelijking van het begrotings- en financieel beheer in de districten.

Financiën

Van Russel gaf aan dat de DAU wordt geleid door een districtsadministrateur (DA), terwijl die weer rapporteert aan de districtscommissaris. Enkele assembleeleden begrepen niet hoe de positie tussen de DC en DA precies is geregeld. De bewindsman gaf de verzekering dat de DA juist de tools zal aanreiken waarover de DC niet beschikt, namelijk de financiën. Hij verzekerde dat de functie van de burgervader niet zal worden uitgehold. De minister stelt wel voor dat de DA wordt benoemd pas na verkregen machtiging van de president. Parlementariërs wilden de essentie hiervan weten.

Volgens de minister bestaat er geen personeelsregeling en wordt de aansluiting gezocht bij de Personeelswet. Deze wet geeft namelijk aan wie bevoegd is tot het aantrekken en aanstellen van landsdienaren. De DA zal qua salariëring boven schaal 18 komen te liggen in de bezoldigingsreeks, wat de machtiging van het staatshoofd vereist. Parlementsvoorzitter Ramdien Sardjoe en het hele college toonden zich ingenomen met de vlotte afhandeling van de ontwerp-wet. Nadat de wijzigingen in de tekst door Van Russel in de tweede ronde waren aangebracht, bleek er geen derde ronde nodig en werd de wet direct aangenomen met algehele 35 stemmen.