Decentralisatie in Suriname
 



Discussie


Onderwerp: Voordracht van bestuurders

Vraag 1 (dhr. Chotoe, beleidsmedewerker ministerie Landbouw, Veeteelt en Visserij, Nickerie):

Hoe zal de voordracht van bestuurders geschieden? Tot nu toe is er een gekozen bestuur geweest in Nickerie, als dit systeem goed werkt, waarom wordt het dan niet overgenomen?

Antwoord van Ir. Van der Kluit:

De verschillende systemen sluiten elkaar niet uit. Als belanghebbenden een aanbeveling maken in een bepaalde rangorde, is dat hetzelfde als een verkiezing.

Belangrijk is de benoeming, omdat de president dat doet. De toegevoegde waarde hierbij is, dat duidelijk wordt gemaakt dat het waterschap een onderdeel is van het binnenlands bestuur zoals ook de districtscommissaris; ook het gezag van zo iemand wordt dan duidelijk. De invloed van belanghebbenden is dus groot; defacto is dit hetzelfde als een verkiezing.

Vraag 2 (dhr. Kartosemito, Adron Onderzoeksinstituut):

Waarom vindt er geen volledige verkiezing plaats? In de praktijk worden er namen geregistreerd e.d., waarom wordt er dan niet direct een verkiezing gehouden? Eisen moeten worden gesteld aan kandidaten; bij benoemingen kunnen er politiek ‘rare dingen’ gebeuren.

Antwoord van Ir. Van der Kluit:

Er is veel eigen zeggenschap, gecombineerd met maximale inbreng, want niet de minister, maar de belanghebbenden doen de aanbeveling. De minister toetst slechts op benoemingsvereisten (negatieve toets).

Antwoord van minister van Russel:

  • volgens Ir. Van der Kluit heeft hij (de minister) aangegeven dat waterschappen regionale organen zijn, doch hoewel in hun aard decentraal, geeft de Grondwet niet de ruimte om de waterschappen tot regionale organen te rekenen, aangezien de regionale organen uitputtend worden genoemd: namelijk districtsraad, ressortraad en districtsbestuur. In het bijzonder aan het districtsbestuur zijn de watertaken opgedragen.

  • reagerend op dhr. Kartosemito: als de voorzitter wordt benoemd zijn er ‘rare dingen’ te verwachten, dus er wordt verband gelegd met de politiek. De minister is het hier niet mee eens; politiek is volgens hem geen synoniem voor ‘rare dingen’.

Reactie van mr. Bas Ahmadali:

Er is sprake van een dualistisch karakter inzake openbare lichamen. Een waterschap is een openbaar lichaam.

Karakter van het dualisme: de gemeenschap wordt georganiseerd door bepaalde belangen van zowel belanghebbenden als van de staat. Daarom wordt een deel van het bestuur door een verkiezing en een ander deel door de overheid aangewezen. Beide zijn verantwoordelijk voor het samenstellen van openbare lichamen. Dualisme is dus altijd te vinden wanneer er sprake is van een combinatie van benoeming en verkiezing van mensen. Zo is het ook tot uitdrukking gebracht in de voorbereide wetgeving.

Onderwerp: Heractivering van waterschappen / wetgeving

Vraag 3 (dhr. Chotoe, beleidsmedewerker ministerie Landbouw, Veeteelt en Visserij, Nickerie):

Er is volgens dhr. Chotoe een concept-rapport gemaakt inzake de heractivering van waterschappen, doch hij is niet op de hoogte van de inhoud hiervan. Waterschappen bestaan in Nickerie reeds 32 jaar. Hij gaat ervan uit dat de werkgroep op de hoogte is van de positieve en negatieve zaken hierbij. Hij is van mening dat waterschappen niet functioneren door:

  • gebrekkige overheidsparticipatie;

  • de waterschappen kunnen de leden niet motiveren en geen dwang toepassen (de boete bedraagt ongeveer Sf 13,= per hectare).

Deze tekortkomingen moeten nu eruit worden gehaald, al moet daarvoor de Grondwet worden gewijzigd, en bij het aanbrengen van de noodzakelijke wijzigingen dient tot ver in de toekomst vooruit te worden gekeken.

Reactie van Ir. Van der Kluit:

Hij is het ermee eens dat verbetering denkbaar is. Er is volgens hem overigens geen concept-rapport. Momenteel wordt input verzameld om samen een goed product te maken.

Commentaar van dhr. Jairam (juridische afdeling L.V.V.):

Juristen wordt vaak verweten dat zij wetten maken die slechts korte tijd geldig zijn. In verband met het vooruitkijken is het belangrijk op te merken dat er een functioneel verband bestaat tussen recht en maatschappij. Als zaken achterhaald zijn, is het de taak van het bestuur om ontwerpen in te dienen, rekening houdend met veranderingen.

Vraag 4 (Dhr. Birdja (bewoner van een waterschap in Nickerie):

Nickerie heeft 5 waterschappen. Hij wil weten wat er kan worden gedaan om deze waterschappen goed te laten functioneren.

Als idee oppert hij om de betreffende wetten te heractiveren, bijv. de boeteclausule. Eerst moet hieraan aandacht besteed worden om zodoende de bestaande waterschappen goed te laten functioneren, zodat die later een voorbeeld kunnen zijn voor de rest.

Opmerking van Ir. Van der Kluit:

Er is een onderscheid tussen strafrecht en bestuursbelang. Een voorbeeld van een strafmaatregel is het vaststellen van de hoogte van een boete.

Inzake het nakomen van de plichten van de belanghebbenden is het voor het waterschapsbestuur interessanter dat daadwerkelijk onderhoud plaatsvindt, dat belastingen worden betaald, enz., in plaats van dat er boetes worden geheven.

Bestuursbelang: effectueren dat onderhoudsverplichtingen wordt nagekomen. De districtscommissaris kan in eerste instantie een termijn instellen, binnen welke nakoming van de verplichtingen verlangd wordt. In tweede instantie kan bijv. een aannemer worden ingeschakeld op kosten van de weigeraar. Dus niet alleen middels een boete kunnen mensen worden aangezet tot actie, maar ook op andere manieren kan druk worden uitgeoefend.

Opmerking van Minister van Russel:

De vraagsteller kiest, uitgaande van de drie opties die hij (de minister) heeft aangehaald (nl. weer in werking stellen van de Waterschapswet, de Wet RO als integraal kader instellen, een nieuwe wet in het leven roepen), voor het heractiveren van de Waterschapswet.

Het is belangrijk dat deskundigen op juridisch vlak zich buigen over deze (of andere) opties en deze beoordelen ten einde vast te stellen welke optie het meest werkbaar is. Met de huidige stand van de wetgeving is het wederom in werking stellen geen gemakkelijke zaak; het risico is namelijk groot dat hierbij verwarrende situaties ontstaan, die de Wetgever door het buiten werking stellen van de Waterschapswet juist wilde vermijden. Het wetgevingskader dient integraal te worden bekeken en beslissingen dienen te worden genomen, die te maken hebben met de onderlinge samenhang tussen de verschillende wetgevingsproducten.

De Wet Regionale Organen is duidelijk door de Wetgever aangemerkt als een wetgevingsproduct dat als vlak moet dienen voor alle bestuurlijke taken die zich in een sfeer van decentralisatie zouden moeten voltrekken. De vraag is, indien wordt gezocht naar slagvaardige regelgeving, of niet eerder moet worden gekozen om onder de Wet Regionale Organen – die organen heeft aangewezen op het niveau van districten en ressorten, zijnde de hoogste politiek-bestuurlijke organen – deze regelgeving op slagvaardige wijze te doen standkomen. De minister zegt niet dat hiervoor gekozen moet worden, doch het moet zeker in beschouwing worden genomen naast eventuele herziening van de Waterschapswet.

Commentaar van dhr. Jairam (juridische afdeling L.V.V.):

De Waterschapswet is buiten werking gesteld met dien verstande dat bepalingen van kracht blijven, voorzover deze niet in strijd zijn met de Wet Regionale Organen.

Commentaar van Minister van Russel:

De Waterschapswet is dus buiten werking gesteld en de toepassing ervan moet worden getoetst aan de Wet Regionale Organen. De zaak moet dus integraal worden bekeken, zoals hij reeds heeft aangegeven. Hij pleit daarom voor een evaluatie van specifiek het door dhr. Jairam aangehaalde artikel.

Onderwerp: Selectie stakeholders / milieu-aspecten

Opmerking van dhr. Muntslag (Directeur Decentralisatieprogramma):

Er is een groep van stakeholders samengesteld, doch op bepaalde momenten worden sommigen gemist, bijv. ondernemers van Duisburg. De samenstelling van de groep is belangrijk voor de invalshoek van waaruit zaken worden bekeken. De aanwezige stakeholders bepalen het verloop van de conferentie. Het ministerie van Arbeid zou ook aanwezig moeten zijn, in het bijzonder Nimos. De waterschappen hebben namelijk ook te maken met milieu-aspecten. Duurzaamheid is belangrijk inzake instandhouding van de aarde op duurzame wijze (afvalwater, landbouwgif, enz). Nimos dient dus ook als stakeholder te worden aangemerkt in de toekomst.

Reactie van mr. Bas Ahmadali:

Het milieu-aspect is niet over het hoofd gezien, want Iris Gilliad, taskmanager binnen het Decentralisatieprogramma, heeft in verband met dat programma de tot standkoming van een overeenkomst met het ministerie van Arbeid (Nimos) gemonitored. Daar is dus rekening mee gehouden. En dat is ook de reden om haar tot voorzitter van de werkgroep burgerparticipatie te maken.

Reactie van dhr. Sahtoe (Directeur L.V.V.):

Op milieu en voedselveiligheid moet de overheid toezien, ongeacht of er wel of geen sprake is van waterschappen. Het leggen van een relatie tussen milieu en waterschappen acht hij daarom niet juist.

Hij vraagt geen oneindige checklist te gaan aanleggen, aangezien implementatie anders te lang gaat duren. De discussies van vandaag hebben naar voren gebracht dat er dringende redenen aanwezig zijn om zo spoedig mogelijk de implementatie te starten. Hij stelt voor middels pilot projecten te beginnen met het werk en te zijner tijd de hiaten op te vullen.

Opmerking van Minister van Russel:

De minister is ervan overtuigd dat de samenstelling van de conferentie niet volledig is. Hij vraagt zich echter af of gewacht zou moeten worden tot we wel volledig zijn om een dergelijke conferentie te beleggen, die een aanzet is om te geraken tot een beleid in welk kader wel rekening kan worden gehouden met alle relevante aspecten, zoals die tot uitdrukking komen in belangen van de betrokkenen, in de volgorde waarin die belangen moeten worden behartigd, zoals geografisch, cultureel, enz. Het is belangrijk dat bij het uitzetten en het uitvoeren van het beleid daarmee rekening wordt gehouden.

Onderwerp: Aansprakelijkheid voor bijdrage

Districtscommissaris Demon (Para):

De districtscommissaris vraagt zich af of er geen uitvoeringsprobleem kan ontstaan. Men praat over gebieden, grond, domein, eigendom, occupatie. In hoeverre kan deze situatie met betrekking tot gronden een obstakel vormen in de verdere uitvoering?

Antwoord van Ir. Van der Kluit:

Naarmate zaken beter geregeld worden, zullen de problemen en de obstakels kleiner zijn.

Er is sprake van zowel juridische als niet-juridische vormen van gebruik.

In de regelgeving zal dus moeten worden opgenomen dat, ongeacht de juridische status, de feitelijke gebruiker financieel zal moeten bijdragen; dus de eigenaar, pachter, huurder, feitelijke gebruiker, of zelfs de wilde occupant. De profiteur zal dus de financiële verplichting hebben.

Overige onderwerpen

Dhr. Nanhekhan (Nickerie):

Hij stelt inzake de stalweiden in Nickerie voor, dat er aandacht aan wordt gegeven dat deze twee ook worden ondergebracht in een waterschap. Dit voorstel wordt meegenomen door dhr. Sahtoe, Directeur van L.V.V.


  • Download volledig document: RIGHT-CLICK hier en selecteer "save target as".
  • Bestel het verslag op CD-Rom, inclusief audio- en filmmateriaal: mail de webmaster.