|
Decentralisatie in Suriname |
|
|
De plaats en de rol van de waterschappen in het decentralisatieproces Als wij praten over een waterschap, dan bedoelen wij een gedecentraliseerd lichaam aan welke de staat publiekrechtelijke bevoegdheden overlaat, met betrekking tot de waterstaatkundige verzorging van een bepaald gebied. Deze bevoegdheden betreffen met name:
Ik heb eerder gesteld dat een waterschap een gedecentraliseerd lichaam is. Decentralisatie houdt in de overdracht van bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de centrale overheid naar lagere overheidsorganen, met als doel:
De mogelijkheid van decentralisatie werd reeds in het Regeringsreglement van 1865 No. 12 genoemd. Die mogelijkheid werd verder uitgebreider geregeld in het Reglement van 1901. Toen werd er voor het eerst gesproken van de “oprichting en opheffing van waterschappen, de samenstelling, inrichting en bevoegdheden der districts-, plaatselijke en waterschapsbesturen” (artikel 115). Na de invoering van de Waterschapswet (G.B. 1932 No 32, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 1984 No 56) werden er in Suriname zelfstandige gemeenschappen in de vorm van waterschappen in het leven geroepen, o.a. in de districten Commewijne, Coronie en Nickerie (1933,1935,1938,1944,1945,1947,1971). Waterschappen worden vaak geassocieerd met de agrarische sector, met name met de rijstsector en meer in het bijzonder met het rijstdistrict in het westen van het land. Het Ministerie van Regionale Ontwikkeling onderkent dat waterschappen van vitaal belang zijn voor de agrarische sector. Wel moet erop worden gewezen, dat de instelling van waterschappen van even vitaal belang kan zijn voor vele andere sectoren en gebieden die een waterstaatkundige eenheid vormen en waar de belanghebbenden zeker bereid zijn de verantwoordelijkheid van het onderhoud van de waterhuishoudkundige infrastructuur op zich te nemen. Ook in die gebieden kunnen waterschappen zorgen voor duurzame verbetering van de leef-, werk- en productieomstandigheden. De zorg voor de waterhuishouding wordt tot nog toe door de centrale overheid gedragen. Bij de vervulling van de daaruit voortvloeiende taken blijkt steeds weer dat de prioriteiten die de centrale overheid stelt, niet altijd aansluiten bij de prioriteitstelling van de lokale bevolking. Bovendien blijkt de centrale overheid, als gevolg van de budgettaire problematiek, veelal de middelen en mogelijkheden te ontberen, die nodig zijn voor een effectief en efficiënt waterbeheer. Om in deze situatie verbetering te brengen, is het nodig om de verantwoordelijkheid met betrekking tot de ontwikkeling en instandhouding van de waterstaatkundige infrastructuur in woon- en produktiegebieden te delen met de lokale bevolking. Waterschappen vormen in dit verband een bij uitstek geschikt instrument. Door middel van de waterschappen wordt de lokale bevolking immers gemobiliseerd en georganiseerd rond het belang van een goede waterhuishouding, een belang dat die lokale bevolking direct raakt De waterschappen in Suriname hebben goede tijden gekend, maar maken al geruime tijd zeer slechte tijden mee, waarvoor er vele oorzaken zijn aan te geven, zoals veranderde omstandigheden, verouderde infrastructuur, gebrekkige middelen, die hebben geleid tot achterstallig onderhoud in de waterstaatkundige infrastructuur. Om wederom te kunnen profiteren van het instituut van de waterschappen, zal veel moeten gebeuren, in samenwerking met alle actoren en stakeholders. Hierbij vragen juridische, technische en vooral financiële vraagstukken de nodige aandacht. Vanuit mijn verantwoordelijkheid als Minister van Regionale Ontwikkeling wens ik een korte beschouwing te geven met betrekking tot enkele juridische aandachtspunten. Artikel 159 van de Grondwet stelt het volgende: “De democratische ordening van de Republiek Suriname omvat op regionaal niveau lagere overheidsorganen, waarvan de functie, de organisatie, de bevoegdheden en de werkwijze bij wet worden geregeld in overeenstemming met de beginselen van participatie-democratie en decentralisatie van bestuur en regelgeving”. De Wet Regionale Organen (S.B. 1989 No. 44) geeft uitvoering aan de Grondwet. Deze wet geeft onder andere regels voor de inrichting en de bevoegdheden van de regionale organen, zoals bedoeld in artikel 159 van de Grondwet. Deze wet geeft districts- en ressortraden en districtsburen een wettelijk fundament. Hiermede wordt gestalte gegeven aan een stelsel van gedecentraliseerd bestuur en regelgeving van de Republiek Suriname. Anders dan de waterschappen op basis van de Waterschapswet, hebben de regionale organen op basis van de Wet Regionale Organen (WRO) een brede, algemene taakstelling. Waar in het kader van deze conferentie waterbeheer centraal staat, is artikel 47 lid 1 sub e van de WRO van belang. Hierin is bepaald, dat tot het dagelijks bestuur van het district, dat is opgedragen aan het Districtsbestuur, behoren de instandhouding en het onderhoud van secundaire en tertiaire wegen en bijbehorende bruggen, loosleidingen, vaarwateren, sluizen en andere voor de openbare dienst bestemde werken. Deze bepaling raakt het werkterrein van de waterschappen. De wetgever heeft dit ook onderkend, door het opnemen van artikel 64 lid 2 WRO, dat als volgt luidt: “De wet betreffende de waterschappen wordt buiten werking gesteld, met dien verstande dat de bepalingen daarvan van kracht blijven, voorzover zij niet met deze wet (WRO) in strijd zijn” Tot welke conclusies leidt het voorgaande?
De overall conclusie luidt dus dat er geen eenduidig regiem bestaat voor de vervulling van de watertaken. Willen we de waterschappen in het kader van de waterhuishouding echter een rol van betekenis laten vervullen, dan is het van eminent belang om tot dat eenduidig regiem te geraken. En hiertoe zijn er 3 opties:
Bij de benadering van dit vraagstuk zal rekening moeten worden gehouden met wat de wetgever heeft beoogd, uitgaande van artikel 159 e.v. van de Grondwet onder het hoofdstuk Regionaal Bestuur. Alles wijst in de richting dat de wetgever heeft bedoeld het waterschapsgebeuren te brengen in de sfeer van de regionale organen. De Grondwet onderscheidt in deze zin slechts de Districtsraad, de Ressortraad en het Districtsbestuur. Hoewel in de aard een decentraal publiekrechtelijk lichaam, is het waterschap dus geen regionaal orgaan, zoals bedoeld door de Grondwet. Toekenning van gedecentraliseerde bestuurstaken aan het waterschap is niet mogelijk zonder de Grondwet en de W.R.O. als organieke wet in acht te nemen. Dit gegeven zal een belangrijk uitgangspunt moeten vormen bij de vaststelling van het beleid met betrekking tot heractivering van de bestaande waterschappen en oprichting van nieuwe waterschappen. Zonder meer zal daarmee rekening worden gehouden in het kader van het beleid en de strategie van de Regering met betrekking tot verdergaande decentralisatie van bestuur en regelgeving. Wij staan op het punt een aanvang te maken met de implementatie van een Decentralisatieprogramma, dat de regering met ondersteuning van de Inter-American Development Bank (IDB), is gericht op het doorvoeren van de nodige wettelijke hervormingen om:
Het is vanzelfsprekend dat er een sterke wisselwerking zal zijn tussen het decentralisatieprogramma en de aktiviteiten in het kader van de waterschapsontwikkeling. Het is U hopelijk duidelijk dat het geraken tot een verantwoorde aanpak van het complete vraagstuk van een geordende waterschapsontwikkeling als onderdeel van het aan de gang zijnde decentralisatieproces, geen gemakkelijke opgave is. Een actieve participatie in dit proces van alle actoren die bij het waterbeheer zijn betrokken, is onontbeerlijk. Wij prijzen ons gelukkig dat wij ons bij de inspanningen in dit verband verzekerd weten van de waardevolle bijstand van de Unie van Waterschappen in Nederland, die over een onschatbare dosis kennis en ervaring beschikt, die ons ter beschikking is gesteld. Ook de samenwerkingsverbanden met de V.N.G. (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), het Suriname Platform, de rechtstreekse samenwerking met verschillende gemeenten, m.n. de gemeente Amsterdam, en de relatie tussen de Ministeries van L.V.V. (Suriname) en L.N.V. (Nederland) bieden interessante mogelijkheden ter zake. Deze conferentie biedt bij uitstek de gelegenheid om alle relevante vraagstukken en knelpunten te bekijken en te komen met aanbevelingen die moeten leiden tot een krachtig Plan van Aanpak met een tijdspad, waarbij concrete stappen worden geformuleerd met betrekking tot:
De uitwerking van de aanbevelingen van deze conferentie zal worden toevertrouwd aan een interdepartementale werkgroep, die op korte termijn zal worden ingesteld. De beschikking die als grondslag daartoe zal dienen, is reeds in concept gereed en is inmiddels ter becommentariëring voorgelegd aan de Ministers van van LVV, OW, Fin. en Jen P, die in de werkgroep vertegenwoordigd zullen zijn en reeds voordrachten daartoe hebben gedaan. Na afronding van het overleg met deze Ministers zal de instelling van de werkgroep ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Raad van Ministers. In de concept beschikking zijn als overwegingen opgenomen:
Voorts zijn in de concept-beschikking de volgende taken voor de Interdepartementale Werkgroep Waterschappen geformuleerd:
De uitkomst van deze conferentie zal mede bepalend zijn voor de vaststelling van het traject dat verder moet worden gevolgd ter bereiking van het doel dat in het thema tot uitdrukking komt: “Duurzame functionering van waterschappen in Suriname”. Het Ministerie van Regionale Ontwikkeling ziet die uitkomst dan ook met belangstelling tegemoet.
|