Decentralisatie in Suriname
 



Aandachtspunten uit de inleiding van Ir. R. van der Kluit,
Directeur van de Unie van Waterschappen, Nederland


DEEL 1. Waterschappen: wat hebben we eraan?

Hoofdthema’s:

  1. bestuurlijk-informatorische aspecten;

  2. de praktijk: wat moet er feitelijk gebeuren (duurzaam).

Centraal bij waterschappen staat water:

  1. of er is teveel;

  2. of er is precies genoeg;

  3. of er is te weinig.

Indien er precies genoeg is (punt 2), is er geen actie nodig.

Indien er teveel of te weinig is (punten 1 en 3), is er wel actie nodig. Het gaat hierbij om waterverdelingsvraagstukken, doch dit hoeft niet specifiek landbouwkundig beschouwd te worden.

De waterschappen kunnen dienen om deze problemen aan te pakken. Waterschappen vormen een decentrale, functionele overheid, geven inhoud aan decentralisatiegedachte en vormen als zodanig dan ook een onderdeel van het staatsbestel van Suriname:

  • decentraal: het gaat om het gebied zelf, doch hierdoor wordt ook het binnenlands bestuur versterkt;

  • functioneel: de waterschappen worden opgericht om specifieke taken te vervullen ten dienste van het publiek.

Waterschapsbelasting

Inwoners van een waterschap vormen per definitie een onderdeel daarvan, zoals zij ook per definitie burger van Suriname zijn.

In overheidsverband wordt, aangaande de kosten, niet gesproken van contributie, maar van belastingen. De burger kan deze niet naar eigen believen vrijwillig betalen, zoals dat bij contributies wel kan, doch is verplicht deze te voldoen; dit is afdwingbaar door de overheid.

Invoering van waterschapsbelastingen zal ongetwijfeld op verzet stuiten. Echter wegen de meeropbrengsten van goed waterbeheer royaal op tegen de te innen belasting. Zonder waterschap kan er geen extra landbouwkundige opbrengst zijn; de kost gaat voor de baat uit.

Tegenprestatie

Tegenover de plicht tot belastingbetaling staat het recht van de burger daar iets voor terug te verwachten. Het waterschapsbestuur kan besluiten nemen ten behoeve van de waterschap zelf. De te innen belasting is uitsluitend voor de betreffende waterschap bestemd, evenals het bepalen van de hoogte van het te innen bedrag. We praten dus over het principe van belang à betaling à zeggenschap: het waterschap doet slechts waar het publiek belang bij heeft; daar beslist het waterschap zelf over, waarna het afgesproken of benodigde bedrag door het waterschap bij elkaar wordt gebracht.

Organisatie

Voor de juridische verankering is, aangaande de bestaande waterschappen, een concept-Staatsbesluit nodig; voor het inrichten van nieuwe waterschappen een districtsverordening.

Het meest efficiënt zou ongetwijfeld zijn een nieuwe Waterschapswet.

Enkele aandachtspunten hierbij zijn:

  • belanghebbenden beslissen mee over de investeringen, de vormen van onderhoud en de hoogte van de belasting;

  • belanghebbenden bepalen hun eigen structuur en kiezen zelf hun bestuur; de voorzitter dient te worden benoemd door de president van Suriname op aanbeveling van het waterschap;

  • waterschappen hebben een vorm van autonomie binnen de grenzen van de Wet; er kan zelf bepaald worden wat wel en wat niet mag; zelfs de overheid dient, indien zij binnen een bepaalde waterschap het waterbeheer wenst te reguleren, zulks in overleg met het waterschapsbestuur te doen;

  • de administratie van het waterschap (boekhouding, belasting, enz.) vindt plaats op het kantoor van de districtscommissaris;

  • ook dienen uiteraard de onderhoudsverplichtingen te worden vastgelegd, bijv. dat men niet met te zwaar materieel over dammen mag rijden.

Kortom: het waterschap geeft uiting aan een economische prikkel dat het nodig is om iets te doen. Het levert iets op en is dus direct voor het belang van de bewoners bestemd.

Het Multi-purpose Corantijn Project (MCP) kan een bijzondere waterschap worden in Nickerie; deze kan namelijk de optelsom van alle polderbelangen behartigen. De financiering kan dan plaatsvinden door de belanghebbenden, zijnde de inliggende waterschappen.

DEEL 2. Hoe komen we er?

Getracht moet worden een experimenteel waterschap op te zetten (pilotprogramma).

Criteria:

  • waterstaatkundige eenheid;

  • district moet erin geloven;

  • moet passen in de samenwerking tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Vereniging van Surinaamse Districten;

  • mogelijkheden van startfinanciering moeten aanwezig zijn;

  • op centraal niveau dient een werkgroep te worden ingesteld;

  • op decentraal niveau dient een programmabureau / voorlopig bestuur te worden ingesteld met de volgende taken:

    • mogelijkheden van rehabilitatie bekijken;

    • lijst van belanghebbenden aanleggen (huurders, occupanten, enz.);

    • jaarplan voor onderhoud maken, met begroting;

    • voorbereiding van verkiezingen voor een volgend bestuur

  • Belangrijk voor dit alles is een stevig draagvlak.

Wat moet onder andere veranderen?

  • bezinning over enkele regelgevingen (taken en bevoegdheden volgens het Besluit op de waterschapsraad, anders dan het waterschapsbestuur, dat relatief autonoom is);

  • harmonisatie van wetten.

Het bovenstaande vormt een unieke uitdaging voor het aangaan van een samenwerking tussen verschillende ministeries (interdepartementale samenwerking):

  • Regionale Ontwikkeling;

  • Landbouw, Veeteelt en Visserij;

  • Planning en Ontwikkelingssamenwerking;

  • Financiën;

  • Openbare Werken.

Waterschappen zijn geen eenmalig project, maar vormen een duurzame oplossing voor de problemen; de belangen zullen er altijd zijn, evenals het juridisch kader.


  • Download volledig document: RIGHT-CLICK hier en selecteer "save target as".
  • Bestel het verslag op CD-Rom, inclusief audio- en filmmateriaal: mail de webmaster.