Uit de
organisatie van deze dag blijkt dat regering kiest voor inspraak en niet voor
eenrichtingsverkeer.
Hij ziet als
belangrijkste conclusies uit de toespraak van de minister
van Regionale Ontwikkeling
de volgende:
de bestaande
waterschappen
zijn niet opgeheven; deze blijven van kracht, voorzover niet in strijd met
de Wet
Regionale Organen;
de huidige
wetgeving staat reactivering van de waterschappen
niet in de weg;
deze
wetgeving sluit evenmin uit nieuwe waterschappen
op te richten;
het
Districtsbestuur oefent taken uit op het gebied van het waterbeheer;
Hij is het
ermee eens dat moet worden begonnen met een pilot project;
De
waterschappen
dienen niet slechts in de rijstsector te worden toegepast, maar ook op andere
gebieden, zoals Reeberg (veeteelt) kunnen als pilot worden gebruikt (Reeberg
is, zoals hij aangeeft, een oude waterschap);
Titel
van de gronden: in beginsel dient te worden uitgegaan van de eigenaar, doch de
plicht tot bijdrage rust op de gebruiker,
al is die een wilde occupant; echter ontstaat daardoor niet het recht tot
“rechtmatige occupatie” na een aantal jaren de bijdragen te hebben betaald;
Van
niet-functionerende waterschappen
dienen de besturen te worden bedankt en dient een voorlopig bestuur
te worden aangesteld voor één jaar, waarna verkiezingen kunnen plaatsvinden;
Inzake de lage
boeten: in plaats van boeteheffing kan ook bestuursdwang
worden toegepast, zoals Ir. Van der Kluit reeds aanhaalde;
De mentaliteit
van de burger dient te veranderen; individueel belang
moet wijken voor algemeen belang. Zo kan er bijv. met een rooster worden
gewerkt inzake de verdeling van water.
Download volledig document:
RIGHT-CLICK
hier en
selecteer "save target as".
Bestel het verslag op CD-Rom, inclusief audio- en
filmmateriaal: mail de webmaster.