Er moet een
beheersorgaan of hoofdwaterschap in het leven worden geroepen. Deze is
verantwoordelijk voor:
de toe- en
afvoer van water (vanuit de bron naar het waterschapsgebied), zodanig dat
belanghebbenden
optimaal profijt hebben;
onderhoud
van de natte infrastructuur
op zodanige wijze, dat belanghebbenden
hiervan optimaal profijt hebben;
onderhoud
van de aan- en afvoerleidingen, indien nodig;
onderhoud
van polderdammen;
beheer van
kunstwerken in het waterschapsgebied;
op jaarbasis
een plan en een begroting maken van uit te voeren werken, voor te leggen aan
belanghebbenden;
algehele
rehabilitatie van de waterschapseenheid; vanwege verwaarlozing in de polders
dient zulks eerst te worden aangepakt door of vanwege de overheid, waarna
overdracht plaatsvindt aan belanghebbenden;
Een instituut
dient in het leven te worden geroepen, die zorgt voor het begeleiden van de
besturen op bestuurlijk, technisch en financieel gebied. Het instituut dient
bemand te worden door terzake deskundigen; de belanghebbenden
beslissen over deze bemensing.
Op grond van
art. 64 lid 2 van de Wet
Regionale Organen
behouden de waterschappen hun bestaansrecht.
Art. 37 lid 1
sub a van de Grondwet,
jo. art. 47 lid 1 sub 2 van de Grondwet, laat de ruimte open tot het in het
leven roepen van nieuwe waterschappen bij Districtsverordening.
De plichten
die belanghebbenden moeten nakomen, moeten afdwingbaar worden gemaakt; de
Grondwet van 1987 laat de ruimte open om in een Staatsbesluit
bestuursdwang
op te nemen.
De voorzitter
van het waterschapsbestuur moet, alvorens hij – op voordracht van de minister
van Regionale Ontwikkeling – wordt benoemd door de president,
zijn voorgedragen door de belanghebbenden.
Het niet
nakomen van de cultivatieplicht, waardoor het effectief werken van het
waterschap wordt gedwarsboomd, moet worden opgelost door het Ministerie van
Natuurlijke Hulpbronnen.
De ruimte voor
het afkopen van verplichtingen moet aanwezig zijn.
Om willekeur
van bestuur
tegen te gaan, moet de ruimte voor bezwaar en beroep openstaan; een mogelijke
optie zou zijn een beslissing tijdens een vergadering van belanghebbenden.
Art. 4 van het
Staatsbesluit
van 16 april 1997, dat handelt over de bevoegdheden,
moet drastisch worden aangepakt, met dien verstande dat de raad slechts een
adviserende rol moet hebben.
Op een vraag
van de minister
van Landbouw, Veeteelt en Visserij,
of de optie is bekeken hoe voorlopige besturen aangesteld dienen te worden in
afwachting van verkiezingen, wordt vanuit de werkgroep geantwoord dat inzake
de pilotprojecten niet alle waterschapsbesturen zullen worden aangesteld, doch
dat een selectie van waterschappen
zal worden gemaakt aan de hand van bepaalde criteria (bijv. grootte), die dan
een voorlopig bestuur zullen krijgen.
De
bevolking moet eigenaar worden van het waterschapsgebeuren en dus:
delen in de
verantwoordelijkheid;
actief
deelnemen in het besluitvormingsproces;
controleren
van de activiteiten;
financieel ook
bijdragen.
Hoe aan te
pakken:
massamedia
betrekken om belanghebbenden
te informeren;
groepsbijeenkomsten per district en ressort met NGO’s, vrouwenorganisaties,
jongerenorganisaties, enz.;
pamfletten /
districtskrant op een later niveau;
structuren
betrekken en vormen (districts- en ressortraden, NGO’s, jongeren, vrouwen);
ook identificeren wat deze al doen;
structuren
vormen waar die nog ontbreken.
Stand van zaken nu:
de
waterschappen
in Nickerie
functioneren al, doch het vertrouwen moet worden herwonnen. Regelgeving
en boete dienen te worden aangepast en er dient op te worden toegezien dat
deze nageleefd worden. De productiesector functioneert al.
woongebieden;
mensen bundelen zich nu als er zich problemen voordoen. De wil is dus
aanwezig; zelfwerkzaamheid bloeit op. Het bewustzijn van de noodzaak voor een
gezond leefmilieu en het ondernemen van actie bij calamiteiten is aanwezig.
Ook de wetten
zouden moeten worden nageleefd.
Conclusie:
er is een verschil in belangen tussen productie- en woongebieden.
Toekomst:
opnemen van
vertegenwoordigers van de burgergemeenschap (civil society) in het
waterschapsbestuur;
de kerngroepen
die nu het thema hebben aangekaart (Overheid, Unie van Waterschappen) dienen
niet te lang te wachten met de implementatie (Nickerie
heeft aangegeven het wachten moe te zijn; men zit met een aantal knelpunten);
de leden
dienen te worden verplicht een bijdrage te leveren / het vertrouwen moet weer
worden herwonnen;
een
adviesorgaan dient te worden opgericht met vertegenwoordigers van de
burgergemeenschap van het district, die adviserend optreden naar het bestuur
van de waterschappen
(dus een twee-sporenbeleid inz. 2 en 4).
het is gewenst
om een experiment te starten met meerdere waterschappen;
er dient op
nationaal niveau een functionaris te zijn met een trekkersrol m.b.t. de
waterschappen;
er dient op
districtsniveau eveneens een functionaris te zijn met een trekkersrol, die
wordt belast met het formuleren van een werkplan in het kader van het
pilotprogramma;
de volgende
criteria zouden kunnen gelden voor het kiezen van de waterschappen
die zouden participeren in het pilotprogramma:
geografische
spreiding;
staatkundige
eenheid;
voldoende
draagvlak;
goede
kostenopzet.
Opmerkingen uit de zaal:
bij het instellen van
pilot-waterschappen
dienen ook woongebieden
te worden betrokken. Niet alleen geografisch dienen de pilot-waterschappen
gespreid te zijn, maar ook naar het soort van waterschap;
in het geval van Nickerie
is geen pilotproject nodig, aangezien dit district reeds waterschappen
kent, hoewel die functioneren op een laag niveau. Het gaat daar meer om het
heractiveren;
er is een moderne vorm van
datamanagement
nodig; een Geografisch Informatie Systeem (GIS), aangezien waterschappen
moeten beschikken over accurate en up-to-date informatie voor snelle
besluitvorming.
Download volledig document:
RIGHT-CLICK
hier en
selecteer "save target as".
Bestel het verslag op CD-Rom, inclusief audio- en
filmmateriaal: mail de webmaster.