Decentralisatie in Suriname
 



Conclusies van de werkgroepen


1. Beheerstechnische aspecten (voorzitter: dhr. Bansie)

  • Er moet een beheersorgaan of hoofdwaterschap in het leven worden geroepen. Deze is verantwoordelijk voor:

    • de toe- en afvoer van water (vanuit de bron naar het waterschapsgebied), zodanig dat belanghebbenden optimaal profijt hebben;

    • onderhoud van de natte infrastructuur op zodanige wijze, dat belanghebbenden hiervan optimaal profijt hebben;

    • onderhoud van de aan- en afvoerleidingen, indien nodig;

    • onderhoud van polderdammen;

    • beheer van kunstwerken in het waterschapsgebied;

    • op jaarbasis een plan en een begroting maken van uit te voeren werken, voor te leggen aan belanghebbenden;

    • algehele rehabilitatie van de waterschapseenheid; vanwege verwaarlozing in de polders dient zulks eerst te worden aangepakt door of vanwege de overheid, waarna overdracht plaatsvindt aan belanghebbenden;

  • Een instituut dient in het leven te worden geroepen, die zorgt voor het begeleiden van de besturen op bestuurlijk, technisch en financieel gebied. Het instituut dient bemand te worden door terzake deskundigen; de belanghebbenden beslissen over deze bemensing.

2. Juridische aspecten (voorzitter: dhr. D. Jairam)

  • Op grond van art. 64 lid 2 van de Wet Regionale Organen behouden de waterschappen hun bestaansrecht.

  • Art. 37 lid 1 sub a van de Grondwet, jo. art. 47 lid 1 sub 2 van de Grondwet, laat de ruimte open tot het in het leven roepen van nieuwe waterschappen bij Districtsverordening.

  • De plichten die belanghebbenden moeten nakomen, moeten afdwingbaar worden gemaakt; de Grondwet van 1987 laat de ruimte open om in een Staatsbesluit bestuursdwang op te nemen.

  • De voorzitter van het waterschapsbestuur moet, alvorens hij – op voordracht van de minister van Regionale Ontwikkeling – wordt benoemd door de president, zijn voorgedragen door de belanghebbenden.

  • Het niet nakomen van de cultivatieplicht, waardoor het effectief werken van het waterschap wordt gedwarsboomd, moet worden opgelost door het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen.

  • De ruimte voor het afkopen van verplichtingen moet aanwezig zijn.

  • Om willekeur van bestuur tegen te gaan, moet de ruimte voor bezwaar en beroep openstaan; een mogelijke optie zou zijn een beslissing tijdens een vergadering van belanghebbenden.

  • Art. 4 van het Staatsbesluit van 16 april 1997, dat handelt over de bevoegdheden, moet drastisch worden aangepakt, met dien verstande dat de raad slechts een adviserende rol moet hebben.

  • Op een vraag van de minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij, of de optie is bekeken hoe voorlopige besturen aangesteld dienen te worden in afwachting van verkiezingen, wordt vanuit de werkgroep geantwoord dat inzake de pilotprojecten niet alle waterschapsbesturen zullen worden aangesteld, doch dat een selectie van waterschappen zal worden gemaakt aan de hand van bepaalde criteria (bijv. grootte), die dan een voorlopig bestuur zullen krijgen.

3. Bevolkingsparticipatie (voorzitter: mw. I. Gilliad)

Doel van bevolkingsparticipatie:

De bevolking moet eigenaar worden van het waterschapsgebeuren en dus:

  • delen in de verantwoordelijkheid;

  • actief deelnemen in het besluitvormingsproces;

  • controleren van de activiteiten;

  • financieel ook bijdragen.

Hoe aan te pakken:

  1. massamedia betrekken om belanghebbenden te informeren;

  2. groepsbijeenkomsten per district en ressort met NGO’s, vrouwenorganisaties, jongerenorganisaties, enz.;

  3. pamfletten / districtskrant op een later niveau;

  4. structuren betrekken en vormen (districts- en ressortraden, NGO’s, jongeren, vrouwen); ook identificeren wat deze al doen;

  5. structuren vormen waar die nog ontbreken.

Stand van zaken nu:

  • de waterschappen in Nickerie functioneren al, doch het vertrouwen moet worden herwonnen. Regelgeving en boete dienen te worden aangepast en er dient op te worden toegezien dat deze nageleefd worden. De productiesector functioneert al.

  • woongebieden; mensen bundelen zich nu als er zich problemen voordoen. De wil is dus aanwezig; zelfwerkzaamheid bloeit op. Het bewustzijn van de noodzaak voor een gezond leefmilieu en het ondernemen van actie bij calamiteiten is aanwezig. Ook de wetten zouden moeten worden nageleefd.

  • Conclusie: er is een verschil in belangen tussen productie- en woongebieden.

Toekomst:

  • opnemen van vertegenwoordigers van de burgergemeenschap (civil society) in het waterschapsbestuur;

  • de kerngroepen die nu het thema hebben aangekaart (Overheid, Unie van Waterschappen) dienen niet te lang te wachten met de implementatie (Nickerie heeft aangegeven het wachten moe te zijn; men zit met een aantal knelpunten);

  • de leden dienen te worden verplicht een bijdrage te leveren / het vertrouwen moet weer worden herwonnen;

  • een adviesorgaan dient te worden opgericht met vertegenwoordigers van de burgergemeenschap van het district, die adviserend optreden naar het bestuur van de waterschappen (dus een twee-sporenbeleid inz. 2 en 4).

4. Pilotprogramma

  • het is gewenst om een experiment te starten met meerdere waterschappen;

  • er dient op nationaal niveau een functionaris te zijn met een trekkersrol m.b.t. de waterschappen;

  • er dient op districtsniveau eveneens een functionaris te zijn met een trekkersrol, die wordt belast met het formuleren van een werkplan in het kader van het pilotprogramma;

  • de volgende criteria zouden kunnen gelden voor het kiezen van de waterschappen die zouden participeren in het pilotprogramma:

    • geografische spreiding;

    • staatkundige eenheid;

    • voldoende draagvlak;

    • goede kostenopzet.

Opmerkingen uit de zaal:

  • bij het instellen van pilot-waterschappen dienen ook woongebieden te worden betrokken. Niet alleen geografisch dienen de pilot-waterschappen gespreid te zijn, maar ook naar het soort van waterschap;

  • in het geval van Nickerie is geen pilotproject nodig, aangezien dit district reeds waterschappen kent, hoewel die functioneren op een laag niveau. Het gaat daar meer om het heractiveren;

  • er is een moderne vorm van datamanagement nodig; een Geografisch Informatie Systeem (GIS), aangezien waterschappen moeten beschikken over accurate en up-to-date informatie voor snelle besluitvorming.


  • Download volledig document: RIGHT-CLICK hier en selecteer "save target as".
  • Bestel het verslag op CD-Rom, inclusief audio- en filmmateriaal: mail de webmaster.